memo

 

 

 

aan

 

De gemeenteraad van Gouda

 

 

onderwerp

 

Zuidelijke toegang

 

 

 

 

 

 

 

van

 

Arnout Menkveld

 

 

dienst/proj. directie

 

 

 

 

afdeling

 

 

 

 

telefoon

 

 

 

 

datum

 

18 februari 2010

 

 

 

 

 

 

 

 

memo

 

 

 

1.     Inleiding

Het projectCultureel en Haven Kwartier (CHK) is in 2004 gestart met als doelstelling omprojecten en activiteiten in de historische binnenstad van Gouda te ontplooien.De projecten zijn gericht op het aantrekkelijker maken van het stadscentrum. Nietalleen voor watertoeristen en cultuurtoeristen, maar ook voor de bewoners en deeconomische bedrijvigheid. Denk hierbij aan het herstellen en bevaarbaar makenvan de grachtenstructuur, het versterken van het culturele aanbod en verbeterenvan het woonklimaat. Historisch gezien was deze toegang zeer belangrijk voor destad. In de loop van de vorige eeuw (1953) is de toegang gedicht in verband metveiligheid tegen overstromingen (de toegang ligt in een waterkering, die destad tegen hoogwater in de Hollandse IJssel moet beschermen). Momenteel ligt dehuidige ringweg over de toegang.

 

In de oorspronkelijke plannen wordt nietalleen de Havensluis geopend, maar worden ook de bruggen over de Havenbeweegbaar gemaakt. Argument was dat Gouda dan onderdeel zou zijn van deStaande Mastroute. De Staande Mastroute door de stad is niet mogelijk omdat deDonkere Sluis te smal en te ondiep is. Desalniettemin blijft het openen van deHavensluis van belang voor de middelgrote recreatievaart, maar de bruggenhoeven hiervoor (voorlopig) niet beweegbaar gemaakt te worden omdat dedoorvaarhoogte door de Haven hoog genoeg is voor motorschepen en schepen metgestreken mast . Het water is dan wel toegankelijk voor dit typerecreatievaart. Om doorvaart door de Haven en Gouwe te verbeteren is het welnoodzakelijk, op termijn, de doorvaarthoogte van de Hoornbrug aan te passen.

 

Uit onderzoek naar de ontwikkeling vanwaterrecreatie in Gouda blijkt dat de meeste groei voor de Goudse markt voor dewaterrecreatie valt te verwachten van de middelgrote en kleine recreatievaartin de regio en vanuit het vaargebied van andere Hollandse watersteden en vande  riviercruise met grotepassagiersschepen (georganiseerde vaartochten met grote groepen tot  200  personen). Ondanks dat de staande mast schepen niet door deGoudse binnenstad kunnen varen blijft Gouda aantrekkelijk als tijdelijkeonderbreking van de route noord-zuid. Dit is een van de redenen om in 2010 testarten met de aanleg van drijvende steigers in de Hollandse Ijssel.

 

Het openen vande zuidelijke toegang van de stad voor de scheepvaart is een van de speerpuntenin het Bestuursakkoord 2006-2009. Hiervoor is, sinds een aantal jaren, in debegroting voor het jaar 2012 een reservering van Û 5,5miljoen opgenomen. Met de zuidelijke toegang komt er een directe aansluiting opde Hollandse IJssel en daarmee wordt de stad toegankelijk voor derecreatievaart.

 

Er zijn twee ontwikkelingen gaande die eenopening van de zuidelijke toegang vergemakkelijken:

á      De aanleg van de Zuidwestelijke randwegdie de functie van de huidige randweg overneemt;

á      Het hoogheemraadschap moet eendijkversterking doorvoeren.

 

Onder begeleiding van een werkgroep is dooreen extern bureau een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden voor hetrealiseren van de sluis (d.d. 21 augustus 2009; bijgevoegd). In de werkgroepzaten ambtenaren van de gemeente Gouda, Het Hoogheemraadschap van Rijnland enbetrokken organisaties uit de binnenstad.

 

2.     Toelichting

 

In het rapport zijn diverse varianten bekeken.Tijdens een aantal werksessies is op basis van criteria zoals de havenfunctie,de doorvaart, de verkeersafwikkeling langs de veerstal, de waterhuishouding, dekosten, de effecten op de rivier, cultuurhistorie, toerisme en belevingswaardeen de omgeving een voorkeur gebleken voor opties A, F en G.

 

 

 

Variant A is de goedkoopste variant (Û 9,0miljoen) maar heeft als beperking dat tijdens het schutten de brug open moetstaan. Variant F kost Û 10,6 miljoen en variant G Û 10,3 miljoen. Afgezien vande geringe meerprijs, heeft Variant F als nadeel dat er meer water in de Goudsebinnenstad moet worden ingelaten. Het waterschap streeft naar een beperkteinlaat. De risicoÕs bij de uitvoering zijn hoger omdat niet bekend is wat deeffecten zijn van hoog en laag water op de kade en het achterliggend gebied.Daar staat tegenover dat Variant F uit cultuurhistorisch oogpunt de voorkeurheeft ten opzichte van variant G, omdat het Tolhuis als rijksmonument niethoeft te worden aangetast. Het is de vraag of voor variant G een vergunning zalworden verleend als bekend is dat er alternatief mogelijk is, dat vanuitcultuurhistorisch perspectief beter is.

 

Bij alle onderzochte varianten is sprake vaneen financieel tekort. In een nadere slag voor het beperken van de kosten isallereerst geconstateerd dat variant A een eerste uitvoeringsfase kan zijn vanzowel variant F als G. Verdere bezuiniging op variant A is mogelijk door uit tegaan van een vaste brug (variant A min). De haven is dan beperkt toegankelijkvoor schepen met een hoogte van 2,5 meter. Dit betekent dat de haven met nametoegankelijk is voor sloepen en zeilschepen met gestreken mast.

 

Dit leidt tot hetvolgende overzicht afgezet tegen de oorspronkelijke doelstellingen.

 

 

 

Toegankelijkheid bruine vloot

Doorvaarbaarheid

Cultuurhistorie

Verkeer Veerstal

Kosten

Variant F

Geen lengtebeperking

Geen belemmering

Aantasting beschermde waarden beperkt zich tot Haven

Brug open voor passeren hogere schepen.

Û 10,6 miljoen

Variant G

Bij open brug lengte schepen tot 45 meter;

Gesloten brug tot 20 meter.

Geen belemmering

Aantasting beschermde waarden van zowel Tolhuis als Haven

Brug open voor passeren hogere schepen.

Û 10,3 miljoen

Variant A

Lengte schepen tot 25 meter met openstaande  brug.

Geen belemmering

Geen/geringe aantasting van beschermde waarden

Brug langdurig (>20 minuten) open bij schutten schepen hoger dan 2,5 meter

Û 9,0 miljoen

Variant A min

Niet toegankelijk

Schutten onder de weg; Hoogte schepen  tot 1,2 meter geen belemmering. Hoogte 2,5 meter voor een periode van 5 uur per getijde (12 uur en 25 minuten).

Geen/geringe aantasting van beschermde waarden

Geen hinder; geen brug.

Û 7,8 miljoen

 

 

 

 

3.     Financi‘le dekking

In het CIP is eeninvestering van Û 5,5 miljoen in 2012, met afschrijvingstermijn van 25 jaar,opgenomen voor de opening van de zuidelijke toegang (Jaarlijkse lasten Û467.500,-). Voor de variant A min is conform de huidige inzichten Û 7,8 miljoenaan investeringskrediet nodig. Deze investering kan over 40 jaar wordenafgeschreven omdat binnen variant A min de sluiskolk, buitenhoofd en bruggeheel vervangen worden en hierdoor weer 40 jaar meegaan. De kapitaallasten vandeze investering zijn Û 546.000,-. Doordat de afschrijvingstermijn op 40 jaargesteld kan worden in plaats van 25 jaar is het tekort beperkt tot Û 78.500,-op jaarbasis. Dit komt overeen met een investering van Û 0,75 miljoen in 2012met een afschrijvingstermijn van 40 jaar.

 

Het behoort tot demogelijkheden dat er additionele middelen worden verkregen:

- Door dewerkzaamheden van het Hoogheemraadschap voor de dijkverzwaring en dewerkzaamheden voor het openmaken van de zuidelijke toegang op elkaar af testemmen zijn samenloopvoordelen te behalen, zowel in uitvoering als in dekosten. Hoe en in welke mate het Hoogheemraadschap bij wil dragen aan hetrealiseren van de doorgang en wat de samenloopvoordelen zijn is vooralsnog nietduidelijk en maakt onderdeel uit van de nadere uitwerking en onderhandelingen.Evident is dat zowel de gemeentelijke investeringsbehoefte als die van hetHoogheemraadschap wordt gereduceerd.

-De gemeente heefteen verlegregeling waarbij de ouderdom van de kabels en leidingen bepalend isvoor de eigen bijdrage voor het nutsbedrijf. De totale kosten die in hetontwerp zijn opgenomen voor het verleggen van kabels en leidingen is Û 1,1miljoen. Aannemelijk is dat een deel van de opgevoerde kosten niet gemaakthoeven te worden.

-Het is mogelijk dater een bijdrage gekregen kan worden van externe partijen zoals de provincie.Hierbij wordt concreet gedacht aan het programma ÒKansen voor WestÓ. Dezuidelijke toegang past, in samenhang met de restauratie van de Stolwijkersluisen het realiseren van de stadstuin, in dit programma.

 

Aansluiting bijlopende programmaÕs als Gemeentelijke Rioleringsplan en project programma isniet waarschijnlijk omdat deze programmaÕs geen werkzaamheden in het gebiedvoorzien.

 

Bij de verdere ontwikkeling van het plan dienen deze mogelijkhedenverder verkend te worden.

 

 

4.     Vervolgtraject besluitvorming

Voor de start van de uitvoering is uitgegaanvan de planning van het Hoogheemraadschap van Rijnland voor de dijkverbetering.Inclusief alle inspraak en bezwaarprocedures duurt de MER enbestemmingswijziging tot maart 2012. De startnotitie is opgesteld en de MERdijkverzwaring wordt uitgewerkt. Bij de uitwerking van de verschillendealternatieven in de MER wordt rekening gehouden met de restauratie van dezuidelijke toegang. Voor deze uitwerking is het niet noodzakelijk om een keuzete maken uit de verschillende ontwerpen omdat de keuze A min, A, F en G eenvergelijkbaar effect op de dijkverzwaring hebben. Bij de start van hetdijkversterkingsplan (planning medio 2010) moet definitief besloten worden ofhet project doorgaat.

De werkelijke uitvoering start pas nadat deZuidwestelijke randweg gereed is. De planning van het Hoogheemraadschap gaatuit van dijkverzwaring tussen 2013 en 2016. Aansluiten bij de werkzaamheden vande dijkverzwaring betekent dat er 2 jaar voor de uitvoering van dijkverzwaringmet het project openen zuidelijke toegang gestart moet worden. 

 

BenW heeft van de nadere verkenning ÒOpenenzuidelijk toegangÓ kennis genomen en vastgesteld dat geen van de in het rapportonderzochte varianten realiseerbaar zijn binnen de huidige budgettaire kaders.Wel constateert zij dat variant A min vanuit financieel oogpunt haalbaar wordtals er voldoende cofinanciering wordt gevonden.

BenW heeft naar aanleiding van de inhoud vanhet rapport, het ontbreken van de noodzaak om een definitief besluit te nemenover dit project en de financiele situatie van de gemeente besloten dat ditniet het goede moment is om een definitief besluit te nemen over dit project.

 

Met vriendelijke groet,

Arnout Menkveld.