Old canals, new functions.
De
WCC is een international platform waar jaarlijks gouvernementele, technische ,
commerci‘le en toeristische organisaties samenkomen die ge•nteresseerd zijn in
de ontwikkelingen rond binnenlandse waterwegen. Sprekers en delegaties van over
de hele wereld komen samen om hun activiteiten bekend te maken en informatie en
ervaringen uit te wisselen.
De
WCC heeft tot nog toe een sterk angelsaksisch stempel gedragen, maar wil zich
graag verbreden naar andere landen. Zo heeft in 2009 de conferentie
plaatsgevonden in Servi‘ en staat in 2012 China op het programma. Voor 2011 is
de keuze gevallen op Noord-Nederland.
De
WCC maakt onderdeel uit van IWI, Inland Waterways International die wereldwijd
het behoud, gebruik, ontwikkeling en duurzaam beheer van waterwegen stimuleert.
Het gaat daarbij om binnenlandse scheepvaart, pleziervaart, het gebruik van
jaagpaden, restauratie van kanalen en kunstwerken etc.
Nederland
heeft een zeer rijke geschiedenis in de omgang met water. Beroemd in de hele
wereld, waar het gaat om het veroveren van land op water, de bescherming tegen
wateroverlast, en het gebruik van wateren en waterwegen voor handelsdoeleinden.
De kennis van waterstaatkundige werken is groot en is een belangrijk
exportproduct. Toch heeft er nooit eerder een WCC in Nederland plaatsgevonden.
Dat is mede een gevolg van het
ontbreken van een landelijke organisatie die integraal bekommerd om de
bovengenoemde IWI doelstelling. In Nederland zijn er talloze organisaties en
overheden die zich met deelaspecten maar de samenhang daartussen ontbreekt. Er
zijn gemalen- en sluizenstichtingen, historische werfjes, verenigingen van
bruine vlootschippers,
belangenorganisaties voor de vaarrecreatie, waterschappen, waterstaten
enz. enz. maar zelden trekken zij samen op. Van een internationale
kanalenconferentie kan een belangrijke katalyserende werking uitgaan om deze
clubs met elkaar in contact te brengen en samenwerking te versterken.
Veel
van de waterstaatkundige infrastructuur in de provincies Fryslan, Groningen,
Drenthe en Overijssel, alsmede in het aangrenzende Nedersaksen, houdt verband
met de grootschalige turfwinning die sinds de middeleeuwen heeft
plaatsgevonden. Het mag een wetmatigheid heten dat commerci‘le, bedrijfsmatige
turfwinning niet kan plaatsvinden zonder waterwegen. Zij zijn in eerste
instantie essentieel zijn voor de ontwatering van de veengebieden en vervolgens
voor het vervoer van de turf. Waterwegen en het transport over water hebben de
ruimtelijke inrichting van de veen(koloniale) gebieden bepaald, ook toen de
turfwinning allang geschiedenis was geworden. De veenkoloniale landbouw en de
landbouwindustrie hebben lange tijd van de waterinfrastructuur geprofiteerd.
Wie
de topografische kaart uit de jaren dertig van de vorige eeuw bestudeert, zal
zich verbazen over de vertaktheid en de fijnmazigheid van waterwegen in
Noord-Nederland.
Na
de Tweede Wereldoorlog, met de voortdurende groei van het wegverkeer, werden de
kanalen met hun talloze bruggen steeds meer een obstakel. Bovendien werden zij
als vaarweg steeds minder geschikt vanwege de toename van het tonnage van de
binnenvaartschepen. Het leidde tot demping van talloze waterwegen en tot het
ontrekken aan de schaapvaart van talloze andere kanalen. Bruggen werden
vervangen door dammen
of
door onbeweegbare exemplaren. Alleen enkele hoofdvaarwegen behielden hun
transportfunctie. Andere kanalen bleven alleen een rol spelen in de
waterhuishouding.
Sinds
de jaren zeventig wordt de recreatievaart meer van betekenis, voor het gebruik
en beheer van de resterende vaarwegen, maar ook als economische factor. Dit
leidt tot verbeteringen van voorzieningen en tot initiatieven voor het herstel
van vaarverbindingen en het herontwikkelen van routes, zoals de turfroute door
Drenthe, Fryslan en Overijssel. Ook het ambitieuze Friese meren project in
Friesland, de verbinding tussen het Zuidlaardermeer en het Stadskanaal (Van
turfvaart naar toervaart) en het herstel van de vaarverbinding tussen het
Drentse Erica en het Groningse Ter Apel, waarbij een geheel nieuw kanaalvak
moet worden aangelegd, zijn
recente voorbeelden van deze ontwikkeling.
Groningen
is een stad met internationale uitstraling en voorzieningen die het mogelijk
maken om als gastheer van een internationaal gezelschap op te treden. Naast
deze praktische overwegingen is er ook een inhoudelijke reden, omdat Groningen
eeuwenlang heeft gefunctioneerd als geografische, politieke, bestuurlijke en
economische spin in het web van het noordelijk kanalenstelsel. Niet alleen was
de stad eigenaar van het Groningse gedeelte van het veengebied en de
infrastructuur, zij bepaalde ook in hoge mate de ontwikkelingen in de
omringende (Drentse) gebieden.
De
stad is weliswaar de plaats van samenkomst is, maar dat neemt niet weg dat de
programmatische invulling van de congresactiviteiten zich zo veel mogelijk zal
afspelen op plekken waar bovengenoemde ontwikkelingen zichtbaar zijn.
De
ontwikkelingen in Noord-Nederland verdienen het om meer internationale
bekendheid te krijgen, ook al omdat er grensoverschrijdende vaarverbindingen
worden gerealiseerd tussen de vaarverbinding Erica-Ter Apel en het
Haren-Rźtenbrock Kanaal.
Het
is goed voor de uitstraling en de promotie van de regio en een belangrijke stap
in het (uit)bouwen van internationale netwerken en het bevorderen van
kennisdeling.
6.1
Kennisdeling
De
noordelijke waterschappen beschikken over veel kennis over waterhuishouding,
maar ook over het hergebruik van cultuurhistorische waardevolle objecten, zoals
sluizen, gemalen, oevers, beschoeiingen e.d. Ook de kennis over natuur en
ecologie en over klimaattransities is daar ruim vertegenwoordigd. Voor deze
instanties is het interessant om hun kennis te delen met andere internationale
partijen.
Op
het gebied van het behoud en ontwikkeling van cultuurhistorische waarden en de
toeristische en recreatieve ontsluiting
is de British Waterways Board, die van oudsher een belangrijke rol
speelt in de WCC, een belangrijke gids.
In
het voortraject van de conferentie is reeds samengewerkt met de hogeschool Van
Hall-Larenstein in het kader van de leerwerkplaats die onder de vlag van de
Veencompagnie functioneert. Het ligt in de bedoeling om deze samenwerking in de
verdere voorbereiding te continueren.
6.2
Inspiratie
De
(nieuwe) vaarverbindingen zijn niet alleen van belang voor de toervaart, zij
kunnen ook een motor vormen in de gebiedsontwikkeling en in de revitalisering
van de veenkoloni‘n. De economische en ruimtelijke spin-off is een wezenlijk
aspect van de nieuwe ontwikkelingen. De vaarwegen krijgen fysiek en mentaal hun
centrale plaats in het gebied terug en kunnen een nieuw elan teweeg brengen. De
heropening van de Vaart in Assen is daarvan een sprekend voorbeeld en ook langs
de toekomstige vaarverbinding in Zuidoost-Drenthe zijn reeds initiatieven
zichtbaar. Uitwisselingen van ervaringen met internationale partners kunnen
daarbij een veel inspiratie opleveren en zijn een belangrijk doel van het
congres.
6.3
Promotie
De
promotie van Noord-Nederland bij een (inter)nationaal ge•nteresseerd forum
beperkt zich niet alleen tot de toervaart, maar strekt zich uit tot het hele
brede scala van themaŐs en partijen die verband houden met binnenlandse
waterwegen.
6.4
Beleving
De
beste inspiratie en promotie is beleving. Seeing is
believing. Vandaar
dat de organisatie de beleving van de waterwegen in het noorden centraal wil
stellen tijdens het congres. Door middel van excursies en inhoudelijke
bijeenkomsten op lokatie.
7
Welke themaŐs zijn aan de orde?
Tijdens
een brainstormsessie in Leeuwarden in januari van dit jaar die was
georganiseerd door studenten van de hogeschool Van Hall Larenstein, hebben
circa 30 genodigden uit de noordelijke relevante instanties zich gebogen over
mogelijke themaŐs die tijdens de conferentie aan de orde kunnen komen. In
bijlage 1 is de dagsamenvatting bijgevoegd.
Er
werden 4 sessies belegd: over kanalen als economische drager; als drager van
cultuurhistorie als drager voor wateren natuur en als drager voor een
toeristische infrastructuur. Tal van onderwerpen kwamen daar aan de orde die
als inspiratie gebruikt zullen worden bij de inhoudelijke invulling van het
congres.
Het
initiatief voor het binnenhalen van de conferentie is afkomstig van Jan Pieter
Janse (Golfslag Advies), een jarenlange voorvechter van alles wat met de
cultuurhistorische waarden van varen en vaarten te maken heeft. De Rijksdienst
voor het Cultureel Erfgoed heeft zich in de persoon van Peter Nijhof volledig
achter het initiatief geschaard. Zij zijn op zoek gegaan naar steun in de regio
Noord-Nederland. Het Groninger Congres Bureau, de provincie Groningen (Arjan
Westerink) en Drents Plateau, Erfgoed en Ruimtelijke Kwaliteit (Michiel
Gerding) hebben zich bij de initiatiefgroep aangesloten.
Met tal van relevante partijen in en buiten de regio (o.a. Stichting Recreatie Toervaart Nederland), overheden, waterschappen, onderwijsinstellingen, musea, particulier initiatief zijn contacten gelegd om de geesten voor het initiatief warm te krijgen.
Nu gebleken is dat er voldoende draagvlak in de regio is, is de eerste zorg om voldoende financiering te vinden om de totale congreskosten gedekt te krijgen. Naast de bijdragen van de deelnemers is nog ca. ÉÉ. nodig. Voor dat doel zal een stichting worden opgericht die als loket kan fungeren en na het congres weer opgeheven wordt. Tevens wordt gewerkt aan een comitŽ van aanbeveling. Voor de zomer van 2010 moet voldoende duidelijk zijn of het congres definitief door kan gaan.
Er zal dan een congresorganisatie opgezet worden die zich met de invulling van het programma gaat bezighouden en met alle aspecten rond promotie en publiciteit. Een aparte commissie zal zich buigen over inhoud van de diverse sessies en een call for papers doen uitgaan.
JanPieter
Janse janpieterjanse@golfslagadvies.nl 0652473360
Marika
Schnitker m.schnitker@cultureelerfgoed.nl 033-4217556
Jaap
Westerhuis
Arjan Westerink