World Canals Conference 2011, Groningen (Netherlands) 19-23 sept. 2011

 

Old canals, new functions.

 

1 Wat is de WCC?

 

De WCC is een international platform waar jaarlijks gouvernementele, technische , commerci‘le en toeristische organisaties samenkomen die ge•nteresseerd zijn in de ontwikkelingen rond binnenlandse waterwegen. Sprekers en delegaties van over de hele wereld komen samen om hun activiteiten bekend te maken en informatie en ervaringen uit te wisselen.

De WCC heeft tot nog toe een sterk angelsaksisch stempel gedragen, maar wil zich graag verbreden naar andere landen. Zo heeft in 2009 de conferentie plaatsgevonden in Servi‘ en staat in 2012 China op het programma. Voor 2011 is de keuze gevallen op Noord-Nederland.

De WCC maakt onderdeel uit van IWI, Inland Waterways International die wereldwijd het behoud, gebruik, ontwikkeling en duurzaam beheer van waterwegen stimuleert. Het gaat daarbij om binnenlandse scheepvaart, pleziervaart, het gebruik van jaagpaden, restauratie van kanalen en kunstwerken etc.

 

2 Waarom Nederland?

 

Nederland heeft een zeer rijke geschiedenis in de omgang met water. Beroemd in de hele wereld, waar het gaat om het veroveren van land op water, de bescherming tegen wateroverlast, en het gebruik van wateren en waterwegen voor handelsdoeleinden. De kennis van waterstaatkundige werken is groot en is een belangrijk exportproduct. Toch heeft er nooit eerder een WCC in Nederland plaatsgevonden. Dat is mede een gevolg van  het ontbreken van een landelijke organisatie die integraal bekommerd om de bovengenoemde IWI doelstelling. In Nederland zijn er talloze organisaties en overheden die zich met deelaspecten maar de samenhang daartussen ontbreekt. Er zijn gemalen- en sluizenstichtingen, historische werfjes, verenigingen van bruine vlootschippers,  belangenorganisaties voor de vaarrecreatie, waterschappen, waterstaten enz. enz. maar zelden trekken zij samen op. Van een internationale kanalenconferentie kan een belangrijke katalyserende werking uitgaan om deze clubs met elkaar in contact te brengen en samenwerking te versterken. 

 

3 Waarom Noord-Nederland?

 

Veel van de waterstaatkundige infrastructuur in de provincies Fryslan, Groningen, Drenthe en Overijssel, alsmede in het aangrenzende Nedersaksen, houdt verband met de grootschalige turfwinning die sinds de middeleeuwen heeft plaatsgevonden. Het mag een wetmatigheid heten dat commerci‘le, bedrijfsmatige turfwinning niet kan plaatsvinden zonder waterwegen. Zij zijn in eerste instantie essentieel zijn voor de ontwatering van de veengebieden en vervolgens voor het vervoer van de turf. Waterwegen en het transport over water hebben de ruimtelijke inrichting van de veen(koloniale) gebieden bepaald, ook toen de turfwinning allang geschiedenis was geworden. De veenkoloniale landbouw en de landbouwindustrie hebben lange tijd van de waterinfrastructuur geprofiteerd.

Wie de topografische kaart uit de jaren dertig van de vorige eeuw bestudeert, zal zich verbazen over de vertaktheid en de fijnmazigheid van waterwegen in Noord-Nederland.

Na de Tweede Wereldoorlog, met de voortdurende groei van het wegverkeer, werden de kanalen met hun talloze bruggen steeds meer een obstakel. Bovendien werden zij als vaarweg steeds minder geschikt vanwege de toename van het tonnage van de binnenvaartschepen. Het leidde tot demping van talloze waterwegen en tot het ontrekken aan de schaapvaart van talloze andere kanalen. Bruggen werden vervangen door dammen

 

of door onbeweegbare exemplaren. Alleen enkele hoofdvaarwegen behielden hun transportfunctie. Andere kanalen bleven alleen een rol spelen in de waterhuishouding.

Sinds de jaren zeventig wordt de recreatievaart meer van betekenis, voor het gebruik en beheer van de resterende vaarwegen, maar ook als economische factor. Dit leidt tot verbeteringen van voorzieningen en tot initiatieven voor het herstel van vaarverbindingen en het herontwikkelen van routes, zoals de turfroute door Drenthe, Fryslan en Overijssel. Ook het ambitieuze Friese meren project in Friesland, de verbinding tussen het Zuidlaardermeer en het Stadskanaal (Van turfvaart naar toervaart) en het herstel van de vaarverbinding tussen het Drentse Erica en het Groningse Ter Apel, waarbij een geheel nieuw kanaalvak moet worden aangelegd, zijn  recente voorbeelden van deze ontwikkeling.

 

4 Waarom de stad Groningen?

 

Groningen is een stad met internationale uitstraling en voorzieningen die het mogelijk maken om als gastheer van een internationaal gezelschap op te treden. Naast deze praktische overwegingen is er ook een inhoudelijke reden, omdat Groningen eeuwenlang heeft gefunctioneerd als geografische, politieke, bestuurlijke en economische spin in het web van het noordelijk kanalenstelsel. Niet alleen was de stad eigenaar van het Groningse gedeelte van het veengebied en de infrastructuur, zij bepaalde ook in hoge mate de ontwikkelingen in de omringende (Drentse) gebieden.

De stad is weliswaar de plaats van samenkomst is, maar dat neemt niet weg dat de programmatische invulling van de congresactiviteiten zich zo veel mogelijk zal afspelen op plekken waar bovengenoemde ontwikkelingen zichtbaar zijn.

 

5  Waarom een internationaal congres?  

 

De ontwikkelingen in Noord-Nederland verdienen het om meer internationale bekendheid te krijgen, ook al omdat er grensoverschrijdende vaarverbindingen worden gerealiseerd tussen de vaarverbinding Erica-Ter Apel en het Haren-Rźtenbrock Kanaal.

Het is goed voor de uitstraling en de promotie van de regio en een belangrijke stap in het (uit)bouwen van internationale netwerken en het bevorderen van kennisdeling.

 

6 Welke doelen staan centraal?

 

6.1 Kennisdeling

 

De noordelijke waterschappen beschikken over veel kennis over waterhuishouding, maar ook over het hergebruik van cultuurhistorische waardevolle objecten, zoals sluizen, gemalen, oevers, beschoeiingen e.d. Ook de kennis over natuur en ecologie en over klimaattransities is daar ruim vertegenwoordigd. Voor deze instanties is het interessant om hun kennis te delen met andere internationale partijen.

Op het gebied van het behoud en ontwikkeling van cultuurhistorische waarden en de toeristische en recreatieve ontsluiting  is de British Waterways Board, die van oudsher een belangrijke rol speelt in de WCC, een belangrijke gids.  

In het voortraject van de conferentie is reeds samengewerkt met de hogeschool Van Hall-Larenstein in het kader van de leerwerkplaats die onder de vlag van de Veencompagnie functioneert. Het ligt in de bedoeling om deze samenwerking in de verdere voorbereiding te continueren.

 

6.2 Inspiratie

 

De (nieuwe) vaarverbindingen zijn niet alleen van belang voor de toervaart, zij kunnen ook een motor vormen in de gebiedsontwikkeling en in de revitalisering van de veenkoloni‘n. De economische en ruimtelijke spin-off is een wezenlijk aspect van de nieuwe ontwikkelingen. De vaarwegen krijgen fysiek en mentaal hun centrale plaats in het gebied terug en kunnen een nieuw elan teweeg brengen. De heropening van de Vaart in Assen is daarvan een sprekend voorbeeld en ook langs de toekomstige vaarverbinding in Zuidoost-Drenthe zijn reeds initiatieven zichtbaar. Uitwisselingen van ervaringen met internationale partners kunnen daarbij een veel inspiratie opleveren en zijn een belangrijk doel van het congres.

 

6.3 Promotie

 

De promotie van Noord-Nederland bij een (inter)nationaal ge•nteresseerd forum beperkt zich niet alleen tot de toervaart, maar strekt zich uit tot het hele brede scala van themaŐs en partijen die verband houden met binnenlandse waterwegen.

 

6.4 Beleving

 

De beste inspiratie en promotie is beleving. Seeing is believing. Vandaar dat de organisatie de beleving van de waterwegen in het noorden centraal wil stellen tijdens het congres. Door middel van excursies en inhoudelijke bijeenkomsten op lokatie.

 

7 Welke themaŐs zijn aan de orde?

 

Tijdens een brainstormsessie in Leeuwarden in januari van dit jaar die was georganiseerd door studenten van de hogeschool Van Hall Larenstein, hebben circa 30 genodigden uit de noordelijke relevante instanties zich gebogen over mogelijke themaŐs die tijdens de conferentie aan de orde kunnen komen. In bijlage 1 is de dagsamenvatting bijgevoegd.

Er werden 4 sessies belegd: over kanalen als economische drager; als drager van cultuurhistorie als drager voor wateren natuur en als drager voor een toeristische infrastructuur. Tal van onderwerpen kwamen daar aan de orde die als inspiratie gebruikt zullen worden bij de inhoudelijke invulling van het congres.

 

 

8 Wie doen er mee?

 

Het initiatief voor het binnenhalen van de conferentie is afkomstig van Jan Pieter Janse (Golfslag Advies), een jarenlange voorvechter van alles wat met de cultuurhistorische waarden van varen en vaarten te maken heeft. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft zich in de persoon van Peter Nijhof volledig achter het initiatief geschaard. Zij zijn op zoek gegaan naar steun in de regio Noord-Nederland. Het Groninger Congres Bureau, de provincie Groningen (Arjan Westerink) en Drents Plateau, Erfgoed en Ruimtelijke Kwaliteit (Michiel Gerding) hebben zich bij de initiatiefgroep aangesloten.

Met tal van relevante partijen in en buiten de regio (o.a. Stichting Recreatie Toervaart Nederland), overheden, waterschappen, onderwijsinstellingen, musea, particulier initiatief zijn contacten gelegd om de geesten voor het initiatief warm te krijgen.    

 

9 Wat volgt?

 

Nu gebleken is dat er voldoende draagvlak in de regio is, is de eerste zorg om voldoende financiering te vinden om de totale congreskosten gedekt te krijgen. Naast de bijdragen van de deelnemers is nog ca. ÉÉ. nodig. Voor dat doel zal een stichting worden opgericht die als loket kan fungeren en na het congres weer opgeheven wordt. Tevens wordt gewerkt aan een comitŽ van aanbeveling. Voor de zomer van 2010 moet voldoende duidelijk zijn of het congres definitief door kan gaan.

Er zal dan een congresorganisatie opgezet worden die zich met de invulling van het programma gaat bezighouden en met alle aspecten rond promotie en publiciteit. Een aparte commissie zal zich buigen over inhoud van de diverse sessies en een call for papers doen uitgaan.

 

10 Verdere Informatie?

 

Michiel Gerding,        

JanPieter Janse         janpieterjanse@golfslagadvies.nl      0652473360

Peter Nijhof               

Marika Schnitker        m.schnitker@cultureelerfgoed.nl      033-4217556

Jaap Westerhuis       

Arjan Westerink