1.

In uw brief d.d. 1 december 2005 geeft u aan dat de te vormen brancheorganisatie voor het mobiel erfgoed het Nationaal Register Mobiel Erfgoed zodanig dient uit te werken en bij te houden dat ‘het als basis kan dienen voor de uitvoering van de subsidieregeling mobiel erfgoed bij de Mondriaan Stichting en het Revolving Fund bij het Nationaal Restauratiefonds’. Daarmee heeft u deze brancheorganisatie i.o. een besteltaak gegeven. Hoeveel denkt u bij te dragen aan de financiering van deze besteltaak? Welke rol krijgen de registers in de twee subsidieregelingen (respectievelijk bij de Mondriaan Stichting en bij het Nationaal Restauratiefonds/VSBfonds)?

 

In mijn brief van 1 december 2006 wordt namens mij aan de Stichting Mobiele Collectie Nederland (MCN) een eenmalig subsidiebedrag verstrekt voor de totstandkoming van een brancheorganisatie. Een dergelijke organisatie zal gedragen moeten worden door de aangesloten leden. Ik reken het beheer van het register mobiel erfgoed tot de taken die behoren tot die van een brancheorganisatie. Het register dient als informatievoorziening waar Mondriaan Stichting en NRF/VSBfonds voor de uitvoering van respectievelijk de subsidieregeling en een revolving fund gebruik kunnen maken. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van het waardestellende kader dat het Instituut Collectie Nederland en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg hebben ontwikkeld.

 

2.

In de brief van 28 november jl. (051128-staatssecretaris) vraagt MCN of u nog voornemens bent de beleidslijnen uit de notitie Erfgoed in Beweging te gebruiken zoals u aankondigt in Meer dan de Som. Kunt u alsnog deze vraag beantwoorden?

 

In “Meer dan de Som” heb ik aangegeven dat ik in mijn selectiebeleid ook het terrein van het mobiele erfgoed zal opnemen en dat ik daarbij gebruik zal maken van het rapport “Erfgoed in beweging” van de Stichting Mobiele Collectie Nederland. Ik streef ernaar dat mijn brief over het erfgoedselectiebeleid uw Kamer in het najaar zal bereiken.

 

3.

In antwoord op vragen van de Kamer van november 2004 (Kamerstuk 28 989) heeft u aangegeven de aanvragen alsnog te zullen beoordelen nadat het waardestellend onderzoek door de Stichting Mobiele Collectie Nederland was afgerond. Vervolgens zou het kabinet eind 2005 voorstellen doen over de wijze waarop de zorg voor het mobiele erfgoed moet worden ingericht. Op welke termijn denkt u de Kamer een voorstel te doen over de wijze waarop de zorg voor het mobiele erfgoed moet worden ingericht?

 

Op 15 december 2005 heb ik de vertegenwoordigers mobiel erfgoed bij de bijeenkomst te Hoorn mijn huidige beleid m.b.t. dit erfgoed uiteenzet. Ik heb de aanwezigen bij die gelegenheid verteld dat ik afzie van een hernieuwde voorlegging (aan de Raad voor Cultuur) van de aanvragen die in het kader van de cultuurnota 2005-2008 zijn ingediend. Ik heb toen besloten dat vanaf 1 januari 2006 bij de Mondriaan Stichting een verruiming van de subsidieregeling voor restauratieaanvragen komt. Voor de periode 2005-2008 is daardoor in totaal € 500.000 beschikbaar.

Daarnaast hebben VSB-fonds en het Nationale Restauratiefonds (NRF) het initiatief genomen om eveneens per 1 januari 2006 een revolving fund op te richten voor het varende erfgoed. Hieruit wordt financiële ondersteuning geboden bij de restauratie van schepen die staan geregistreerd in het Nationaal Register Varende Monumenten en die in principe in handen zijn van particulieren en stichtingen zonder winstoogmerk. Het fonds is begin 2006 gestart met een kapitaal van € 500.000 dat voor de helft wordt ingebracht door het VSB-fonds en voor de andere helft door het NRF.

Zoals ik bij 2. heb geantwoord streef ik ernaar uw Kamer in het najaar nader over mijn erfgoedselectiebeleid te berichten.

 

4.

De sector mobiel erfgoed is financieel niet in staat om zelf de door de staatssecretaris gewenste brancheorganisatie in stand te houden, gezien de in deze sector bestaande financiële nood. Hoe denkt u uit deze impasse te komen? Welke rol dicht u zichzelf hierbij toe?

 

Zoals ik in mijn antwoord op  vraag 1. heb aangegeven ligt de verantwoordelijkheid voor de instandhouding van de brancheorganisatie bij de brancheorganisatie zelf. Ik heb aan deze brancheorganisatie i.o. een eenmalige subsidie van € 25.000 verstrekt.

 

5.

Welk standpunt neemt u in ten aanzien van het feit dat door het uitblijven van structurele steun aan het mobiele erfgoed van de zijde van de overheid per 1 april 2006 het Centrum voor Industrieel en Mobiel erfgoed wordt opgeheven en de drie medewerkers worden ontslagen, waardoor de in de afgelopen 5,5 jaar opgebouwde kennis en ervaring verloren gaat?

 

Het Centrum voor Industrieel en Mobiel Erfgoed is een instelling die niet door mij is gesubsidieerd, noch door mij is geëntameerd.

 

6.

Op 15 december 2005 in Hoorn heeft u aangegeven de aanvragen voor € 32 miljoen af te wijzen. Eerder was de verwachting gewekt dat er na afronding van het Waardestellend Kader, alsnog gekeken zou worden naar deze aanvragen (o.a. mondeling op 20 april 2005, zie 061117MCN-OCW, een toezegging dat een ad hoc commissie van de raad voor Cultuur naar de aanvragen zou kunnen kijken). Waarom geeft u nu aan dat deze aanvragen niet meer bekeken zullen worden?

 

Zie mijn beantwoording van vraag 3.

 

 

 

7.

Hoe denkt u het vertrouwen van de sector mobiel erfgoed te herwinnen nu u na alle inspanningen uit deze sector tot op heden, geen uitzicht biedt op structurele ondersteuning?

 

Zie mijn beantwoording van vraag 1.