Commissie bezwaarschriften
Postbus 13
2400 AA Alphen aan den Rijn
onderwerp: voordracht sluis Machineweg als gemeentelijk monument
onze ref.: 101204 uw ref.: 2010/33641 Leiden, 9 december 2010
Geachte Commissie,
Zoals in de brief van 21 november gericht aan het college van B&W aangekondigd, ontvangt u hierbij de toelichting op het bezwaar tegen het besluit van het college betreffende de afwijzing van het verzoek om de sluis aan de Machineweg aan te wijzen als gemeentelijk monument. Het bezwaar richt zich met name tegen de gevolgde procedure en het ontbreken van een motivering. Heemschut is bijzonder teleurgesteld over het besluit dat, zo lijkt het, er op gericht is om tegemoet te komen aan een wens van het Hoogheemraadschap van Rijnland terwijl de gemeente een eigen verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van het erfgoed binnen de gemeente. Van belang is daarbij dat Rijnland erkend heeft dat er alternatieven zijn om het waterprobleem op te lossen.
De gevolgde procedure.
In de afwijzing stelt B&W dat de gemeentelijke monumentencommissie al enkele jaren aandringt op het behoud van het gemaal en de sluis aan de Machineweg. Een eerste gedachte hierover is al uitgesproken in november 2006. Dat is zondermeer van de monumentencommissie te waarderen. En de conclusie van de, op verzoek van B&W uitgebrachte, cultuurhistorische waardestelling moet dan ook gezien worden als een erkenning van hun opvatting.
Toch merken wij op dat, het al enkele jaren (door de monumentencommissie) aandringen op het behoud, zich niet laat verenigen met de procedure zoals genoemd in de monumentenverordening.
Volgens artikel 3, lid 2a, vraagt het college - na een aanvraag van een belanghebbende - advies aan de monumentencommissie, waarop volgens artikel 4, lid 1, de monumentencommissie binnen 8 weken na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek van B&W schriftelijk adviseert. Nergens blijkt uit dat de monumentencommissie een door B&W gevraagd advies heeft uitgebracht.
Motivering
Voorts merken wij op dat de afwijzing tot aanwijzing van gemeentelijk monument niet, of in elk geval onvoldoende, is gemotiveerd. De conclusie dat het in deze tijd van economische tegenwind niet verantwoord is om grote bedragen maatschappelijk kapitaal te steken in het herstel van de sluis, is immers geen belemmering voor aanwijzing tot monument. Het is hoogstens een reden om een restauratie op te schorten. Zo is ons bekend dat in de monumentencommissie is geopperd de sluis met zand dicht te gooien zodat een latere generatie de waarde van dit erfgoed wel kan bevestigen met een restauratie.
Ook de vermelding dat gesprekken over restauratie acht ˆ negen jaar geleden op niets zijn uitgelopen, is geen grond de onderhavige aanvraag af te wijzen. Daarbij merken wij op dat toen reeds ingezet had moeten worden op het predicaat 'beschermd (gemeentelijke of rijks-) monument'. Het stapelen van gelden uit diverse fondsen en budgetten had wellicht al tot restauratie geleid. Wij zijn van mening dat het voor toekenning van een dergelijk predicaat nog niet te laat is.
LOP
Tot slot merken wij op dat het besluit indruist tegen het Landschapsontwikkelingsplan Rijn- en Veenstreek. Dit plan met uitvoeringsprogramma is zelfs vastgesteld door de Alphense gemeenteraad en de raden van de andere deelnemende gemeenten. Onderdeel van dat uitvoeringsprogramma is de ontwikkeling van projecten cultuurhistorie, waaronder het sluisje aan de Machineweg.
Wij zijn bereid dit bezwaar nader toe te lichten.
Namens de Vereniging Heemschut,
Ir. R.K. Onel
Secretaris Provinciale Commissie Zuid-Holland
P.J. Blokstraat 4
2313 ET Leiden